Je ziet ze vast weleens voorbijkomen. Plaatjes van versgebakken appeltaarten op je Facebook tijdlijn. Met de claim erbij dat het hartstikke gezond en natuurlijk is, want er zit geen suiker in. Alleen honing. Of agavesiroop. 

Helaas: je lichaam maakt het niets uit wat voor soort zoetigheid het is: suiker is suiker. 

 

Wat is het probleem van suiker?

Het zijn loze calorieën. Dat betekent dat er geen enkele voedingsstof in zit die je nodig hebt. Suiker is alleen lekker. 

Het nadeel van suiker is dat het voor bloedsuikerschommelingen zorgt. Je hebt trek, eet wat suikers en vrij snel na het eten daarvan heb je weer trek. Dat wordt veroorzaakt door pieken en dalen in je insulinespiegel. Insuline probeert het suikerniveau in je bloed constant te houden. 

 

Zo’n schommeling in je bloedsuikerwaarden ken je uit de praktijk ook wel. Bijvoorbeeld als je luncht met veel koolhydraten, zoals een boterham met hagelslag en een glas jus d’orange. Je bloedsuiker stijgt en je krijgt energie. Je lichaam produceert insuline om je bloedsuiker omlaag te krijgen. Vervolgens ontstaat er een dip in je bloedsuikerwaarde. Dat is de bekende lunchdip. En dan krijg je weer zin in suiker. 

 

Naast de bloedsuikerschommelingen wordt een teveel aan suiker ook gelinkt aan een aantal aandoeningen, waaronder hart- en vaatziekten, obesitas en leverproblemen. 

 

Wanneer eet je te veel suiker?

De World Health Organization (WHO) adviseert om maximaal 5% van je dagelijkse inname van calorieën uit toegevoegde suikers te halen. Minder mag natuurlijk ook. Voor een volwassen man die 2500 kcal eet, komt dat neer op ongeveer 30 gram suiker. 

 

Ik heb het even voor je nagewogen, maar twee kleine theelepels suiker wegen ongeveer 6 gram. Dus met vijf koppen koffie zit je al aan je maximum. Dan zou je die dag dus geen koek, snoep, cruesli, vruchtenyoghurt, chocola en kant en klaar maaltijden meer mogen. Er zijn weinig mensen die die norm van 30 gram (of minder) hanteren. En dát is het probleem: we eten structureel teveel suiker. In welke vorm dan ook. 

 

Maar honing is toch veel natuurlijker dan suiker?

Nee hoor. Waar je als consument vaak ‘in trapt’, is de claim dat honing natuurlijk is dan suiker. Onzin natuurlijk, want honing komt van bloemetjes en bijtjes en suiker van een suikerbiet. Dus waarom zou het ene natuurlijker zijn dan het andere? Dat is gewoon marketingpraat. 

 

Overigens is er heel veel nephoning op de markt. Dat is een soort ingedikt suikerwater, maar dan een stuk duurder. Dadel- en agavesiroop hebben ook het etiket ‘gezond’ gekregen, maar daar geldt hetzelfde voor. De stroop is verhit en bewerkt en van de voedingsstoffen die er in dadels zitten, blijft zo heel weinig over. Een verse dadel is natuurlijk. De stroop niet. 

 

En nu mag ik zeker ook geen fruit?

Jawel. Er zitten inderdaad flink wat suikers in, maar ook heel veel vezels. Die zorgen ervoor dat het suiker uit het fruit langzaam opgenomen wordt. Daarmee voorkom je sterke bloedsuikerwisselingen. Daarom kun je ook beter een sinaasappel eten dan sinaasappelsap drinken. In het sap zitten bijna geen vezels. 

 

Daarnaast zit fruit ook vol vitaminen en mineralen, dus blijf gerust je fruit eten. Je kunt je suiker ook prima vervangen door fruit. Doe wat appel of rozijnen door de havermout of yoghurt of blender een banaan door je smoothie of je shake. Overdrijf het aantal stuks fruit niet. Maar dat geldt voor alles. Te veel water is ook niet gezond. 

 

Kortom:

Honing, agavesiroop en dadelstroop zijn net zo ongezond als suiker uit een pak. Je gebruikt ze voor ‘de lekker’. Meer nut hebben ze niet. Als je van zoet houdt, vervang dan suiker door fruit. 

 

En nu?

Hou eens een dagje bij hoeveel suiker je eet. En kijk dan of het nodig is om iets aan je eetpatroon te veranderen.